Hoe bijgeloof gebruiken om je fysieke prestaties te verbeteren? | Evermove

Hoe bijgeloof gebruiken om je fysieke prestaties te verbeteren?

Wellicht ken je verhalen van topatleten die rituelen uitvoeren voor of tijdens de wedstrijd. Zo wil Rafael Nadal steeds dat er twee flesjes water voor hem klaar staan, één met koud en één met lauw water. De etiketten van de flesjes moeten in de richting staan van zijn baseline. Hij neemt telkens een slok uit elke flesje bij de baanwissel, waarna hij de flesjes weer op exacte dezelfde afstand neerzet. Als hij het veld weer op loopt, trekt hij zijn sokken op exact dezelfde hoogte. Ook Sven Kums (AA Gent) kan niet zonder een gedichtje van zijn vriendin Caroline voor het begin van de wedstrijd. Recent liet ook Evi van Acker ons zien welke geluksbrengers ze mee neemt naar Rio: drie talismannen, een zilveren munt, een paar Koreaanse sokken, een haarrekkertje… Bijgeloof kan ook andere vormen aannemen: zo kan een golfer telkens drie oefenswings uitvoeren, een wielrenner telkens een half uur voor de wedstrijd even op zijn hoofd gaan staan of een tennisster telkens in hetzelfde restaurant gaan eten voor de wedstrijd.

Ook toppers zoals Raphael Nadal zijn niet ongevoelig aan een flinke portie bijgeloof

Ook toppers zoals Raphael Nadal zijn niet ongevoelig voor een flinke portie bijgeloof

Bijgeloof is de overtuiging dat voorwerpen, handelingen of omstandigheden invloed hebben op je sportprestaties of de uitkomst van een wedstrijd

Inez Swinnen - Sportpsychologe

Hoe ontstaat dit bijgeloof nu?

Vaak worden toevalligheden gekoppeld aan een succeservaring. Zo had Serena Williams een paar nieuwe witte sokken aan in de eerste ronde van groot tornooi. Ze wint deze wedstrijd en gelooft erin dat deze sokken haar geluk hebben gebracht. Voor de zekerheid trekt ze dan ook tijdens de volgende ronde deze sokken aan. Opnieuw succes! De link is gelegd en het bijgeloof is een feit.

Het is de illusie van de controle op het verloop van de prestatie die net zoals een placebo-pil het vertrouwen geeft. Hoe belangrijker de wedstrijd en hoe onzekerder de uitkomst, hoe meer de atleten zich aan het bijgeloof houden.

Wanneer is bijgeloof voordelig en wanneer nadelig?

VOORDELEN


Atleten die sterk bijgelovig zijn zullen:

  • met meer zelfvertrouwen aan de wedstrijd starten
  • een groter gevoel van controle en meer doorzettingsvermogen tonen
  • een tijdelijke verlichting van prestatie-angst ervaren

Op deze manier kan bijgeloof tot betere prestaties leiden.

NADELEN


Bijgeloof wordt nadelig wanneer:

  • het zo’n grote vormen aanneemt dat de atleet er uren per dag mee bezig is, waardoor andere belangrijke aspecten (rust, voeding…) in het gedrang komen.
  • de atleet er onmiddellijk fysiek of mentaal nadeel van ondervindt. Zo zal een zwemmer die gelooft dat hij eerst 6 km intensief moet loszwemmen voor de wedstrijd te zwaar vermoeid aan de wedstrijd starten.
  • de atleet zijn bijgeloof niet in de hand heeft: een zwemster geloofde er bijvoorbeeld in dat ze steeds een hartslag onder de 56 moest hebben bij het opstaan en steeds in een bepaalde baan moest liggen om goed te kunnen presteren. Het lijkt vrij duidelijk dat dit bijgeloof risico’s inhoud.
  • ook de afhankelijkheid van bepaalde rituelen kan nadelig zijn. Wat als Evi een van haar talismannen kwijtspeelt? Of wat als de vriendin van Sven Kumps om een of andere reden geen gedicht kan sturen?

Besluit

Het is dus verstandig om rituelen te kiezen die je zelf onder controle hebt en die je mentaal en fysiek voordeel bieden. Een golfer die voelt hoe de wind staat, zijn schouders los maakt, naar de bal kijkt, in de verte kijkt, 3 oefenswings in de lucht maakt, nogmaals kijkt en dan echt slaat, is hierdoor goed voorbereid en geconcentreerd. Deze routines zijn niet alleen bijgeloof, maar kunnen ook echt verband houden met betere prestaties. De rituelen kunnen ook perfect los staan van de prestatie op zich en toch tot betere prestaties leiden, zolang de atleet ze onder controle heeft en erin gelooft. Hoe je jouw schoenen aantrekt of met welke voet je eerst op het veld stapt heb je zelf onder controle. Dat je enkel goed zal presteren bij droog weer op de wedstrijddag, is echter een riskanter bijgeloof.

Welke rituelen of routines heb jij als sporter en hoe helpen ze je?
Laat het ons weten onderaan deze pagina!

Over de auteur Inez Swinnen

Inez Swinnen focust zich als arbeids- en organisatiepsychologe, sportpsychologe en Professional Coach op het mentaal begeleiden van atleten op wetenschappelijke basis.

>